Mart van Berckel – Huisblogger Update 3

Toen in december het verlossende woord kwam dat de Subsidie Nieuwe Makers was toegekend aan mij en Kameroperahuis, kon eindelijk alles in gang worden gezet. Het tweejarenplan waar we één jaar aan hadden gewerkt, kon werkelijkheid gaan worden. 2017 is voor mij dus begonnen met zekerheid en structuur op gebied van werk – en dat is toch wel een verademing.

In januari kreeg ik de ruimte om twee weken een ‘residentie’ te doen bij productiehuis Generale Oost. Hun eigen Theater aan de Rijn is net verbouwd en het is een geweldige plek geworden: toegankelijk, voorzien van twee prachtige zalen en ook technisch tot in de puntjes uitgerust. Ik kreeg de sleutel van de voordeur en ik mocht er dag en nacht werken. Het theater voelde daarmee echt als een (t)huis voor mij.

Het idee van de residentie was, om volledig te focussen op het experiment. Ik mocht onderzoeken waar ik zin in had, zonder enige druk dat het uiteindelijk tot een afgeronde voorstelling moest leiden. Ik besefte me tijdens het werken hoe luxe deze situatie was. In een professionele omgeving zo veel vrijheid krijgen is echt waardevol. Het onderzoeken en experimenteren is niet alleen op de academie belangrijk, maar ook daarna. Het hielp mij om op nieuwe ideeën te komen en vooral de diepte in te gaan met mijn werkwijze en signatuur. De ingrediënten voor het proces waren o.a. een mimespeler, een componist, een soundscape, opgenomen teksten uit het stuk ‘De Blinden’ van Maeterlinck, voorwerpen uit een stilleven, veel stilte en pianomuziek van Strauss. Uiteindelijk sloten we de twee weken af met een kleine presentatie – hieronder een foto:

Ondertussen ontdek ik iedere week dat het werk van een regisseur uit zoveel meer bestaat dan repeteren. Wanneer ik niet repeteer, is het vooral veel mailen, schrijven, bellen en praten: met productieleiders, decorontwerpers, componisten, acteurs, festivalleiders, programmeurs. Als regisseur moet je vooral heel goed duidelijk kunnen maken wat je wilt.

In de ideale situatie valt datgene wat je wilt precies samen met de praktische mogelijkheden. Dan is er acht weken repetitietijd in een theaterzaal, budget voor een draaitoneel, een ensemble van 25 muzikanten en 9 acteurs die onbeperkt beschikbaar zijn. In de werkelijkheid is het natuurlijk altijd anders. De kunst is, om de voorstelling op de juiste manier naar de praktisch haalbare kaders te voegen. Dit hoeft niet altijd een tot een concessie of een slap aftreksel te leiden. Vaak stimuleert het juist mijn creativiteit en dwingt het mij om fantasievoller of vindingrijker te worden.

Een concreet voorbeeld: toen al ruim vóór de repetitieperiode bleek dat onze afstudeervoorstelling PLAY MAIDS in Duitsland mocht gaan spelen, moesten we ófwel de voorstelling Engels maken, ofwel voor ondertiteling zorgen. Dat laatste bleek onhaalbaar, dus kozen we voor het Engels. Hoewel het een grote schakel was in ons werken en denken, bleek het al gauw een extra inhoudelijke laag aan de voorstelling toe te voegen, die we nooit hadden kunnen verzinnen.

Kortom: het eindresultaat hoeft lang niet altijd onder praktische beperkingen te lijden. Wel kost het extra veel tijd en moeite om flexibel te blijven, en snel te kunnen handelen naar veranderende situaties. Daarbij zie ik mezelf soms afglijden tot een soort freelance-cliché: zonder enige structuur, tot diep in de nacht werkend achter mijn laptop omdat ik ten slotte geen contract heb waarin een vaste begin- of eindtijd staat. Op drukke momenten kan dat best stuurloos voelen. Maar ik probeer het voor mezelf steeds beter te structureren: buiten de deur werken in plaats van in mijn eigen woonkamer, telefoon uit, één ding tegelijk. Daar wordt het alleen maar leuker, beter en efficiënter van.

Gelukkig heb ik de komende maanden weer de dagelijkse structuur van een repetitieproces voor me. In februari en maart loop ik stage als regieassistent bij de Nationale Opera. Ik heb heel veel zin om van binnenuit kennis te maken met zo’n kwalitatief hoogstaande en grootschalige manier van werken. Alles is er werkelijk tot in de puntjes geregeld: maar dat moet ook wel, als er meer dan 200 man bij één productie betrokken zijn. Één van mijn taken als regieassistent, is dat ik alles mag noteren wat er op het toneel gebeurt. Maar dan ook echt alles: iedere stap op iedere traptrede, iedere decorwissel, ieder tableau. Hiervoor bestaat een speciaal notatiesysteem met bladmuziek, kleurcodes, strepen, afkortingen en plattegronden. De hoofd-regieassistent van De Nationale Opera heeft het me een stoomcursus gegeven.

Direct na de première bij de Nationale Opera mag ik door naar Antwerpen: daar regisseur ik in april en mei mijn eerste eigen productie, die in première gaat op de Operadagen in Rotterdam. Daarover later meer!

(Foto credits: Victor Wennekes)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *