Simone de Kinderen – Huisblogger update 4

1 januari 2012: een nieuw record werd gebroken, het was de warmste 1 januari ooit met 12,9 graden Celsius in de Bilt. Geen wonder dat het zweet bij velen kunstenaars uitbrak, terwijl de regen van die dag tegen de ramen kletterde. In 11,3 uur tijd, viel er 14,2 mm neerslag, werd er een gem. Luchtvochtigheid van 95% gemeten, maar is er 100% kans dat de WIK toch echt is verdwenen.

Het was een soort basis inkomen voor kunstenaars, de WIK of de WWIK (vanaf 2005). Vier jaar lang had je als kunstenaar de tijd om je eigen rendabele beroepspraktijk op te zetten. Met het verdwijnen ervan werden kunstenaars weer teruggeworpen op zichzelf, op hun eigen vermogen om onder de aandacht te komen en zichzelf te voorzien en de worsteling die daarbij komt kijken. Zou dit dan in zekere zin kunstenaars productiever maken? Of, werkt dit een meer conformistische houding in de hand, wat de kunstenaar juist meer afhankelijk maakt?

Afgelopen donderdag 6 april vond er een kleine conferentie plaats in Schloss Ringenberg (Duitsland) als onderdeel van het driejarige ‘Plugin Program’. Ongeveer 35 alumni, bestaande uit kunstenaars en curatoren verzamelden in de Ridderzaal rondom een lange tafel om het eens te hebben over de commercialisering en democratisering van de kunsten.

Alleen al het gegeven dat ik schrijf voor het Art Business Centre onder het kopje ArtEZ & Ondernemen zegt al genoeg over de veranderende positie van de kunstenaar en dat is precies waar deze conferentie over ging. De kunstenaar lijkt namelijk een rolmodel te zijn geworden voor de ideale werknemer: creatief, spontaan, flexibel en bekwaam op meerdere vakgebieden. Bovendien past het beeld van de autonome, authentieke kunstenaar helemaal in het beeld van de sociale behoefte van de samenleving, waar reclamecampagnes maar al te graag gebruik van maken. Tijd dus om het eens te hebben over die (on)afhankelijkheid van de kunstenaar en hoe je deze bewaard wanneer het aankomt op jezelf voorzien in je levensonderhoud en de financiering van nieuw werk.

In het gesprek aan tafel wordt o.a. gesteld dat het domein van de kunst en het domein van de zogeheten ‘creatieve industrie’ meer en meer met elkaar beginnen te overlappen, vooral in de ogen van degene die over het cultuurbeleid gaan.

Als kunstenaar ben je een ‘merk’. Een merk dat zichzelf zal moeten verkopen, marketingstrategieën moet uitzetten, toekomstplannen moet presenteren, een netwerk opbouwt en onderhouden, subsidie aanvragen schrijft en mocht je nog ergens tijd overhouden dan moet er werk geproduceerd worden, waarbij je niet moet vergeten om updates erover op sociale media te plaatsen (inclusief logo’s van fondsen die je stimuleren), want je moet natuurlijk wel zichtbaar blijven. En dat allemaal terwijl je met je collega-kunstenaars goedkope woonruimte aangeboden krijgt in een achterstandswijk om een hip gentrificatie proces op gang te brengen.

Zo, dat is in 122 woorden samengevat de kritiek die o.a. aan tafel voorbij kwam. Maar gelukkig werd er nog meer besproken, dus hang on!
Want naast dat we als Nederlanders (en blijkbaar Duitsers ook) goed zijn in een potje lekker klagen, geeft het ons absoluut niet meer artistieke vrijheid of autonomie.

Helaas is het echter wel een feit dat je ook als kunstenaar geld nodig zal hebben om van te leven én om nieuw werk te maken. Hiermee wordt de illusie van de autonomie van de kunstenaar in één klap bevestigd. Of je kunt leven van je kunstenaarschap is niet alleen gebaseerd op je talent, maar ook zeker op een soort van ‘zakelijk inzicht’. Want laten we eerlijk zijn: geld om iemand in te huren die onze marketing, pr, netwerk en andere financiële rompslomp regelt is wel het laatste wat je als pas afgestudeerde hebt. Vooral vanuit de bourgeoisie lijkt er steeds meer en verwachting van een zakelijke houding van kunstenaars te zijn. Succes wordt daarbij vooral gemeten in de mate waarin jij presteert op de kunstmarkt, waarin kunst vooral wordt gezien als kapitaal met de daarbij behorende veranderende wisselkoers. Maar we zijn niet allemaal een Damien Hirst of Marlene Dumas en vliegt ons werk niet als zoete broodjes over de toonbank, dus zijn veel (beginnende) kunstenaars op andere bronnen aangewezen.

Er valt veel te zeggen over de bezuinigingen in de cultuursector van de afgelopen jaren, maar nog steeds mogen we ons gelukkig prijzen dat we in Nederland een beroep kunnen doen op subsidies. Deze zijn zowel op landelijk, provinciaal als gemeentelijk niveau aan te vragen. Een subsidie, zoals bijvoorbeeld de Werkbijdrage Jong Talent van het Mondriaan Fonds geeft je gedurende een bepaalde periode de artistieke vrijheid om je baantje bij die lokale buurtkroeg op te zeggen en je volledig op je eigen werk te storten. Maar natuurlijk vraagt dit wel iets meer dan je handje op houden en met je mooie puppy oogjes knipperen. Subsidies aanvragen, of dit nu in Nederland of in Duitsland is of waar dan ook, is bijna hetzelfde als een business plan schrijven. Alleen i.p.v. dat je naar de bank gaat, doe je een beroep op een fonds.

Bij zo’n subsidie aanvraag komt nog behoorlijk wat kijken, dus ga er maar eens goed voor zitten. Zo creëer je een soort portfolio van je werk in beeld (waarin een foto gemaakt met je iPhone niet echt representabel is), weet jij in je beste ABN te vertellen over je werk en jouw positie als kunstenaar en natuurlijk het belangrijkste: jouw toekomstplan over wat jij gaat realiseren mocht jij al dat geld toegewezen krijgen.

Dit laatste is waar er aan tafel veel vragen over kwamen, want een soort weersvoorspelling geven over wat de ontwikkeling van je kunstpraktijk is soms net zoiets als dat je nu al zou voorspellen dat 1 januari 2018 nóg warmer wordt dan 2012. Dus zal jij je beste pokerface op moeten zetten, om het spel mee te spelen. Want uiteindelijk is (helaas) ook de kunstwereld een wereld waar het kei hard om geld gaat en om te overleven zal je de taal van het geld moeten leren spreken om het spel mee te kunnen spelen. Zo kwam er aan tafel aan bod dat het vaak ook een kwestie is van “finding the right subject at the right time”. Wanneer je weet welke onderwerpen op dit moment in de ‘mode’ zijn kan je hier handig gebruik van maken bij het schrijven van jouw toekomstplannen. Zo waren de afgelopen jaren alle plannen waarin iets met vluchtelingen werd gedaan razend populair in subsidieland.

De taal van het geld is echter niet altijd onze eigen taal en zal je dus als kunstenaar, of ‘cultureel ondernemer’, soms ‘creatief’ moeten omgaan met wat je naar buiten communiceert. Wat we uiteindelijk allemaal proberen te zeggen in onze aanvragen is: ‘Ik wil graag geld voor materialen/ apparatuur/ ruimte om te kunnen doen wat ik doe PUNT’. Zo zie je maar dat geld en de autonome kunsten nogal een paradoxale relatie met elkaar aangaan. Wat dan wel een oplossing is? Ook daar vonden wij aan tafel geen antwoord op. Het enige waar we als kunstwereld op kunnen blijven hopen is dat er ooit weer een basis inkomen wordt ingesteld, maar dan dit keer wel voor zowel kunstenaar als niet-kunstenaar. Tot die tijd hebben we een goede reden om samen rond de tafel te gaan zitten, te discussiëren, te klagen (waarbij de meeste kunstenaars zich echt wel bewust zijn van de ambiguïteit die hierin zit), te lachen, te eten, te drinken en vooral om ervaringen met elkaar uit te wisselen. Natuurlijk betaald vanuit een subsidiepotje en terwijl de regen tegen de ramen klettert.

 

De conferentie “Commercialization and Democratization of Art – Survival Strategies without Self-Abandonment?” in Schloss Ringenberg was georganiseerd door alumni Jari Ortwig in kader van het “Plugin” project. Meer lezen over “Plugin” kan je op: http://schloss-ringenberg.de/plugin/

Pssst… alleen deze week is nog t/m 21 april mijn afstudeerfilm ‘Tomorrow Will Be Better’ te zien bij Expoplu in Nijmegen. Check de tentoonstelling ‘Disruptive Voices’ hier: http://inthepursuitof.nl/disruptive.html

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *