Simon Boer – huisblogger update 2

Een pleidooi voor kaders

Flashback: ik ben Simon, een vierdejaars student aan de Arnhemse Toneelschool en op dit moment bezig met een onderzoek naar games en theater (bij gebrek aan een betere omschrijving; het blijft puzzelen). In een eerdere poging mezelf voor te stellen had ik het over interdisciplinariteit, en dat ik mezelf niet graag onder één label schaar. Dat is geen besluiteloosheid, maar fundamenteel voor hoe ik creativiteit zie. Ik denk niet graag in hokjes, omdat ik niet geloof dat betekenis zich door disciplines laat scheiden; ik wil met inhoud bezig zijn en alle middelen zijn daarbij welkom.

In het licht van mijn zoektocht is dat een belangrijke gedachte. Als ik er woorden aan zou moeten geven denk ik niet in hokjes, maar in kaders: een “hokje” zie ik als status quo en die belemmert kruisbestuiving, een kader schept context en is brandstof voor creativiteit. Als ik het interactieve theater wil schetsen zoals ik ervan droom, denk ik dat ik eerst die visie moet bespreken: de overtuiging dat één plus één drie kan zijn als je op een andere manier leert rekenen.

Een kader als beperking

Elk medium heeft beperkingen: een boek heeft geen beeld en theater is onderhevig aan zichtlijnen. Op Facebook geldt een gemiddelde spanningsboog van 8,25 seconden en 85% van de gebruikers zet bij het kijken van filmpjes het geluid niet aan. In films kan men vliegen, maar in het theater heerst er zwaartekracht, terwijl film alles vastlegt waar theater elke keer opnieuw flexibel is. De beperkingen (en daarmee de mogelijkheden) bepalen hoe hetzelfde verhaal er in ieder medium anders uit komt te zien: een verfilming heeft niet alle teksten van het boek nodig, deels omdat beeld al veel vertelt en deels omdat een bioscoopfilm gemiddeld na zo’n twee uur wel weer klaar moet zijn.

Die beperkingen zie ik niet als negatief, integendeel: het zijn de obstakels die je kunt omzeilen, de spelregels waar je mee kunt spelen. Beperkingen voeden creativiteit, want ik wil wél dat mijn personage kan vliegen; hoe krijg ik die suggestie met beperkte middelen dan toch gewekt? Een boek is geen film, en toch schetsen de woorden een beeld. Een zaal is één plek, en toch nemen licht, geluid en spel me naar verschillende locaties mee. Ieder medium is beperkt, en toch weten kunstenaars via de mogelijkheden het onmogelijke te communiceren. Beperkingen dagen uit om het medium ten volste te omarmen.

Zelf heb ik die uitdaging nodig, want “doe maar iets” blokkeert me: dat is vrijheid zonder richting, een spel zonder spelregels. Mijn fantasie ontstaat binnen kaders; “wat zullen we eten” prikkelt me minder dan “noem eens iets met pasta”. Een beperking werpt problemen op, problemen vragen om oplossingen, en oplossingen vragen om creativiteit. Het is mijn taak om mezelf van problemen te voorzien, om mijn eigen kaders te creëren als de gegeven kaders te breed zijn, want uit creatieve problemen volgen creatievere oplossingen.

Interdisciplinariteit

Temidden van al die beperkingen ligt een scala aan expressieve mogelijkheden zoals beeld, kleur, licht, geluid, muziek, beweging, tekst of interactie. Om daar creatief mee te kunnen spelen is het wel belangrijk om de grenzen van je middelen te overzien: een architect kan pas creatief met vormen omgaan als hij snapt welke dingen instorten en welke blijven staan.

Voeg daar een opdrachtgever, een loodgieter en een aannemer aan toe en het wordt steeds wenselijker dat deze mensen ook van elkaar begrijpen wat binnen de losse vakgebieden de mogelijkheden en obstakels zijn. Want een keuze op het ene terrein heeft een consequentie op het andere. Beter nog: de oplossing voor een probleem in het ene vakgebied kan in het andere liggen, en dat ontdek je alleen vanuit een – op zijn minst basaal – wederzijds begrip. Meerdere kaders betekent meerdere spelregels door elkaar heen, en in het ideale geval levert dat een creatiever spel op, met een diepere samenhang en een grotere wisselwerking tot gevolg. Aparte eilandjes en onbegrip staan zo’n wisselwerking in de weg.

Als je je eigen verschillende vaardigheden in één kader ziet, kan die wisselwerking in je eigen denken plaatsvinden. Ik geloof dat het resultaat daarvan potentieel nog samenhangender is, omdat je vanuit een breder overzicht alle lijntjes met elkaar kunt verbinden en zo op unieke combinaties komt. Een technische acteur bedenkt andere oplossingen dan een technicus en een acteur apart, want die kent zowel de technologische mogelijkheden als zijn benodigdheden om als acteur tot spelen te komen. In dat gebied, tussen de hokjes, is ruimschoots plaats voor innovatie — in principe geen doel op zich, maar nieuwe vorm betekent nieuwe inhoud en in dit multimediale tijdperk is dat een zoektocht die mij erg interesseert.

Mijn teaser voor ‘De andere kant van de brug’, een voorstelling over herdenken en wat dat nu nog betekent. Het bedenken, filmen, regisseren en nabewerken van het concept stonden altijd met elkaar in verbinding en leverden daardoor op ieder vlak speelsere keuzes op.

Ondernemerschap

In die geest zou ik de brug naar ondernemerschap willen slaan. Hoe inspirerend ik de repetitieruimte ook vind, uiteindelijk wil ik mensen in de zaal en die komen niet vanzelf. Om een publiek te bereiken en te boeien heb je je tot Facebook, pr en spanningsbogen te verhouden. Dat is een belemmering, een beperking, een probleem: en dus een kader, een spel, een creatieve uitingsvorm. Marketing achteraf is zelden inspirerend: in de game- en filmindustrie bestaan tal van pijnlijke verhalen waarin de eindregie omwille van verkoopbaarheid moest worden aangepast. Als die beperking van het begin af aan een gegeven is, wordt het gewoon weer een spelletje, en ik denk dat dat altijd een inhoudelijker en samenhangender resultaat oplevert.

Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de reclamecampagne van theatergroep De Warme Winkel, voor De Warme Winkel speelt De Warme Winkel: een voorstelling over intellectueel eigendom en plagiaat waarvoor ze hun hele pr-materiaal bij elkaar plagieerden.

De posters van De Warme Winkel speelt De Warme Winkel, gejat van respectievelijk McDonalds, de VVD en Radio 538.

Deze campagne volbrengt niet alleen zijn taak als reclame, maar staat op zichzelf al in verhouding tot de thema’s waar de voorstelling over gaat en roept via een ander medium, op een andere manier de relevante vragen op. In deze campagne lijkt de marketing geen verplichting, maar een artistieke kans die je dus inderdaad volledig kunt omarmen.

Dan mijn zoektocht

Ik ben momenteel bezig met een onderzoek naar games en theater, of in de context van deze blog, welke nieuwe vormen van interactie ik als gameschrijvende theatermaker kan bedenken. Dit pleidooi verklaart waar voor mij de lat ligt: niet bij theater met wat interactie, maar bij een vorm die niet meer in onderdelen uit elkaar te halen valt, omdat twee min één dan nul is. Hoezo moet publiek op stoelen zitten? Moet er een onderscheid zijn tussen toeschouwers en acteurs? Moet iedereen dezelfde voorstelling ervaren, of kan de inhoud per toeschouwer wisselen? Welke kaders heeft een publiek nodig om vrij te zijn of welke spelregels brengen een publiek tot spelen?

Ondertussen zoek ik ook naar manieren om deze zoektocht concreet van de grond te krijgen door contacten te leggen, investeerders te zoeken en productiehuizen te enthousiasmeren (mail me, elke vorm van dialoog is welkom!). Ik schrijf blogs om mijn visie te leren verwoorden, ik maak foto’s met kwasten en zwevende verf omdat daar sneller op geklikt wordt en ik zet mijn voortgang om in beeld, zodat ik mijn proces inzichtelijk kan maken op social media.

Als ik de laatste tijd iets over cultureel ondernemerschap heb geleerd is het dat het erbij hoort. Niet als een zijdelingse activiteit die nou eenmaal moet, maar als een onderdeel van het proces dat bepaalt hoe je “eigenlijke” werk er überhaupt uit kan komen te zien. Het zou zonde zijn om dat onderdeel aan het toeval over te laten als het ook een artistieke kans kan zijn, of op zijn minst een spel dat je naar eigen zin kan spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *