FLORIAN VAN ZANDWIJK– GASTBLOGGER

for English see below*

Introductie

Ik ben Florian van Zandwijk, afgelopen zomer ben ik afgestudeerd aan Interaction Design in Arnhem. Mens en technologie zijn onlosmakelijk met elkaar verweven; dit gegeven dient doorgaans als basis voor mijn projecten. Met een simpele ingreep of middels geschreven of visuele essays, onderzoek ik onderwerpen vanuit mijn eigen waarneming of hypothese, zo probeer ik inzicht te bieden in en een uitspraak te doen over hedendaagse thema’s binnen cultuur en technologie. Deze thema’s zijn onder anderen: de maatschappelijke en/of individuele impact van social media (Snapchat, Facebook en Instagram) big data, massasurveillance en kunstmatige intelligentie, maar ook mijn liefde voor voetbal.

Eerste deel van mijn afstudeerfilm – The Ball, The Field, The Arena

Op zoek naar een narratief

Nu ik afgelopen zomer ben afgestudeerd aan Interaction Design, ben ik een nieuw narratief aan het vormen over mezelf en mijn werk. Voorheen was op de vraag: “wat doe je nu?”, het antwoord simpel en helder: “ik doe kunstacademie; zit nu in het eerste jaar, nu in het tweede jaar, derde jaar” en tenslotte ben je aan het afstuderen. Deze structuur en helderheid is verdwenen als je afgestudeerd bent. Er zijn wel duizend mogelijkheden, maar gevoelsmatig juist ook heel weinig. Een heleboel vragen kwamen de afgelopen tijd op mij af die mijn nieuwe narratief moeten gaan vormen. Ben ik ontwerper of kunstenaar? Kan ik een residentie doen? Een fonds aanvragen en waar? Bij een studio solliciteren? Een master doen? Of mijn eigen studio beginnen? Boven al deze vragen hangt één groot hangijzer: Hoe ga ik genoeg geld verdienen met mijn vak? 

Dit is een vraag die ver weg wordt gehouden tijdens de academie, maar in mijn ogen al wel behandeld zouden moeten worden. Na een studie geneeskunde, ICT of econometrie is het min of meer duidelijk wat je gaat doen, of weet je dat men op je zit te wachten. Met een papiertje geschiedenis, sociale wetenschappen of bestuurskunde is het al minder duidelijk, maar zijn er veel vacatures waar je terecht kunt. Als kunstenaar of ontwerper, moet je veel meer zelf creëren, want wie zit er in godsnaam op mijn kunst te wachten? Een leuke uitdaging, maar ook zwaar. Je hebt geen zekerheid van inkomen. 

De afgelopen vier jaar heb ik meer geleerd dan ik ooit had kunnen vermoeden toen ik naar de academie ging. Veel van de lessen die ik leerde waren vakinhoudelijk. Ik leerde mijn eigen fascinaties en gedachten overbrengen middels ontwerp en ontwikkelde een eigen werkwijze en methode waarin ik mijn verhalen kwijt kan. Door constant uitgedaagd te worden eiste de academie het uiterste van mij. 

Het Gebaar

Mijn visie op ontwerp die ik tijdens mijn academietijd ontwikkelde, beschrijf ik uitgebreid in mijn scriptie “Het Gebaar”, over de rol die de hedendaagse ontwerper kan spelen in het verwarrende technologische mediatijdperk waarin wij nu leven. De vele media en enorme toegang tot informatie, maken de wereld een complexe plek om je weg te vinden als mens, maar zeker ook als ontwerper. Ik heb daarom geprobeerd om de complexiteit van ontwerp te vangen in drie gebaren, namelijk doorsnijden, lummelen en benevelen. Ieder gebaar staat voor handelingen die ontwerpers in hun proces doen, die kunnen leiden tot een helder of juist onhelder ontwerpresultaat. 

Nu ik ben afgestudeerd en uit de bubbel van de kunstacademie stap, is het tijd om mijn visie op ontwerp en mijn eigen methode in de praktijk te brengen. Zoals ik al stelde in mijn inleiding word je na het afstuderen voor vragen gesteld waar je tijdens je studietijd helemaal niet aan hoeft te denken. Voor een groot gedeelte is dit maar goed ook. Door de grenzen van je eigen kunnen op te zoeken binnen een veilige omgeving kom je erachter wat je drijfveren zijn en je vrij ontwikkelen. Toch is er een deel dat ik heb gemist op het praktische gebied. Hoe vind ik aansluiting op de arbeidsmarkt met de kwaliteiten die ik heb en hoe pak ik dat aan?

De vrijheid blijheid is namelijk voorbij. Nu moet ik huur betalen zonder studiefinanciering, net als zovelen na hun afgeronde studie. Om huur te kunnen betalen heeft ook de nieuwe generatie makers de verantwoordelijkheid om voor zichzelf op te komen. Als student kun je het je wel veroorloven om dingen gratis te doen en zal ik dit zelfs aanraden om ervaring op te doen. Maar als professional is de kunst die je maakt je werk, waarvoor je dus ook betaalt zou moeten worden. 

Waar ik de verwachting tegenkwam dat ik mijn werk gratis zou presenteren was bij ArtEZ zelf. Ik werd gevraagd om mijn afstudeerwerk Vision Processor: EN471 voor het College van Bestuur en de Raad van Toezicht te presenteren, de hoogste organen binnen het instituut van de kunstacademie. Het zou bij elkaar een dag kosten om deze presentatie van het werk te realiseren. Het project moet ik ophalen en opbouwen, presenteren en vervolgens afbreken en terugbrengen naar de opslag. Hiervoor heb ik een auto met chauffeur nodig en maak ik reiskosten. Ik wilde dit op zo’n korte termijn allemaal doen en had toevallig ook tijd hiervoor. 

Als ik naar aanleiding van deze kosten en dit werk om een vergoeding vraag, komt dat in het telefoongesprek met degene die dit regelt als een verassing, al wordt er begrip getoond dat ik alumnus ben en kosten maak, wordt ervan uitgegaan dat ik het gratis wil doen. Ik bied hierop aan een PowerPointpresentatie te geven. Dan moet ik die presentatie voorbereiden, maar hoeft het hele project in ieder geval niet op- en afgebouwd te worden. Op de vraag of ik dit wel voor reiskostenvergoeding zou doen, geef ik aan dat ik dan alsnog werk lever dat tijd kost. Het is niet makkelijk om op deze manier voor jezelf op te komen, maar ik vond het fijn te merken dat de contactpersoon bereidwillig was te kijken of ik alsnog een vergoeding kon krijgen voor mijn werk. De volgende dag werd ik helaas gebeld met de mededeling dat de presentaties helemaal niet meer doorgingen.

Dit incident verbaasd mij omdat er nog niet was overwogen om de (ex)studenten een vergoeding te geven voor het presenteren van werk, aangezien ieder ander op deze avond voor de Raad van Toezicht en het College van Bestuur betaald zou worden voor hun diensten. Dezelfde academie stimuleert mij tegelijkertijd om mij als professioneel op te stellen. Ondanks dat ik mijn werk graag had willen laten zien, zou het mij alleen geld gekost hebben als ik ja had gezegd. 

Dit geldt in zekere mate ook voor de Arnhemse Nieuwe. Als een van de acht Arnhemse Nieuwe aanstormende talenten van ArtEZ presenteerde ik mijn werk in Luxor Live tijdens Innovate Festival, een hele eer. Mijn prijs werd uitbetaald in exposure, een Pecha Kucha voor een groot publiek, dit is natuurlijk leerzaam. Ook hier worden alle betrokken medewerkers van barpersoneel tot moderator betaald voor hun diensten en kregen de Arnhemse Nieuwen aan het einde van de avond een enkelzijdig geprinte oorkonde.

Bij Syntax, waarmee wij als collectief clubavonden organiseren in Luxor, werken wij met een beperkt budget. Toch vinden wij het belangrijk dat iedereen betaald wordt als men voor ons werkt. Artiesten steken veel enthousiasme, energie en tijd in hun bijdrage om de Syntaxfeesten een succes te maken. Het is daarom onze prioriteit om te betalen voor deze diensten van medestudenten en artiesten. 

Met deze voorbeelden wil ik niemand persoonlijk verantwoordelijk stellen voor gebrek aan besef dat het gebruikmaken van culturele productie en de makers hierachter, ook financiële beloning verdient. Dit is een breed gedragen probleem binnen de culturele sector, waar ik nu als beginnend professional in de praktijk op wordt gewezen. Aan het einde van de rit zijn het de kunstenaars die niet betaald worden.

praktische handvaten

Sinds vorig jaar, geïnitieerd door studenten, krijgt het vierde jaar bij Interaction Design een workshop van Margarita Osipian, waarin ons een introductie wordt gegeven over praktische do’s en don’ts in het vakgebied. Hele concrete informatie waardoor je als maker een eerste inzicht krijgt in het leven na de academie, waarin je eventueel fondsen aanvraagt, freelance werkt en projecten doet. Zij wees ons op kunstenaarshonorarium.nl, een website waar een marktconforme vergoeding voor exposities wordt bepaald aan de hand van een aantal simpele parameters. Op deze manier probeert men met deze website een redelijke vergoeding voor culturele productie te realiseren en kunstenaars te sterken in hun positie als zelfstandig ondernemer.

Een afdeling van ArtEZ die studenten helpt bij de professionalisering is het Art Business Center. Op de website van ArtEZ staat de volgende omschrijving: “Het ArtEZ Art Business Center (ABC) is het centrum voor ondernemerschap binnen ArtEZ. Het maakt de verbinding naar de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven. Kunstacademiestudenten hebben namelijk naast vakinhoudelijke ook praktische en financiële handvatten nodig, deze noodzaak zit in de naam van het Art Business Center besloten. In mijn ogen zou het Art Business Center een zichtbaarder aanspreekpunt moeten zijn tijdens de studie waar studenten met vragen over een eigen onderneming starten, belastingaangifte, relevante cv’s maken en facturen maken terecht kunnen. Hierbij is de zichtbaarheid van het ABC binnen de academie belangrijk. Veel studenten kennen het ABC amper of niet en weten vaak niet waarvoor zij bij het ABC terecht kunnen. 

In plaats van de focus te leggen op het succes van enkele studenten die een subsidie ontvangen, of inhoudelijke hulp middels coaching, zou de academie en het ABC een veel breder fundament kunnen leggen voor een veel grotere groep studenten, waardoor de aansluiting van academie naar praktijk ook voor deze groep soepeler verloopt. Door bijvoorbeeld workshops te geven aan vierdejaars studenten, zoals bij Interaction Design, deze workshops binnen de opleiding integreren.

In de bredere context vind ik namelijk nu ik zelf in de overgang van student naar professional zit, dat ArtEZ te kort schiet in het begeleiden en voorbereiden van studenten op de praktijk tijdens de studie, wat het hele concept van hoger beroepsonderwijs (hbo) is. Inhoudelijk en qua vaardigheden doet de gemiddelde kunststudent niet onder voor studenten van andere studierichtingen en vakgebieden. Hierom heb ik inhoudelijk ook vrijwel niets aan te merken op mijn studierichting Interaction Design, maar meer op de praktische begeleiding die vanuit het instituut grotendeels ontbreekt om jezelf professioneel te presenteren als beginnend ontwerper of kunstenaar.

Er zijn namelijk weinig banen in de culturele sector als ontwerper en kunstenaar voor de aantallen die er worden opgeleid. Slechts een handvol van studenten op de kunstacademie worden ook echt kunstenaar of ontwerper. Dit is niet erg, als de rest van de studenten ook maar op een fijne plek terecht kan komen met de vaardigheden die wij hebben. Vaardigheden zijn er genoeg, namelijk: hard werken (50 uur per week is geen uitzondering), creativiteit, flexibiliteit, goede zelfpresentatie, analytisch en kritisch denkvermogen, sociale vaardigheden en nog veel meer. Vaardigheden waar veel bedrijven en instellingen van zouden willen en kunnen profiteren en bijdragen aan een van de grootste hypes van het moment die innovatie heet. De begeleider van mijn praktijkopdracht bij NXP, een van de grootste bedrijven in Nederland, was vol lof over de kwaliteiten en vaardigheden van kunststudenten, al bekende hij dat hij voor onze samenwerking veel vooroordelen had over de kunstacademie. Deze vooroordelen waren hardnekkig, maar volgens hem zeer onterecht gebleken. 

Nu ik mijn narratief aan het vormen ben waarin ik van mijn studie mijn beroep probeer te maken, geven de genoemde voorbeelden een beeld waarin de praktijk niet aansluit op de bubbel die binnen de academie bestaat. Ik vind het belangrijk dat de culturele sector, kunstenaars, ontwerpers en zeker een onderwijsinstelling als ArtEZ niet zelf bijdragen aan de onderbetaling en onderwaardering van kunststudenten en alumni. Hierbij gaat het ook om prioriteiten stellen, exposure is niet genoeg om huur te betalen. Dit is een breder probleem waarvan ik al voor mijn afstuderen op de hoogte was, maar kan vooral voorkomen worden als nieuwe generaties studenten hun eigen werk waarderen, financieel geletterd zijn en weten waar zij terecht kunnen met praktische vragen om gezamenlijk te voorkomen dat er te veel misbruik wordt gemaakt van beginnende ontwerpers en hun producties. Nu merk ik zelf dat het lastig is om voor jezelf op te komen. Zeker als je enkel vakinhoudelijke vaardigheden en kennis hebt opgedaan, maar nul praktische en financiële kennis bezit na je afstuderen. Als wij, de (ex)student, de academie en de culturele sector zelf niet zien dat ons werk en onze vaardigheden financiële waarde vertegenwoordigen, hoe gaat men buiten de academie dat ooit wel zien? 

http://www.florianvanzandwijk.nl


*English

Introduction

My name is Florian van Zandwijk. I graduated last summer from the Interaction Design program in Arnhem. Humanity and technology are inseparably interconnected; this fact usually serves as the basis for my projects. With a simple intervention or through written and visual essays, I try to offer perspectives without judging contemporary themes in culture and technology. Such themes are, among others: the social and individual impact of social media (Snapchat, Facebook and Instagram); big data, mass surveillance, artificial intelligence, but also my personal love of soccer.

Eerste deel van mijn afstudeerfilm – The Ball, The Field, The Arena

Looking for a narrative

Since graduating last summer from the Interaction Design program, I’ve been shaping a new narrative about myself and my work. Before, I had a simple and clear answer to the question what do you do? – I’m in art school, my first, second, third year… And finally you graduate and that structure and clarity disappears. There are a thousand options, but it can also feel like there are very few. A lot of questions arose in the past months that should help me shape my new narrative. Am I an artist or a designer? Can I do a residency? Can I apply for funding, and where? Should I apply at a studio, or start my own? Do a Masters degree? All these questions have one urgent factor in common: how can I earn a living with my profession?

It’s a question that you won’t be asked during your time at the academy, but I think it ought to be addressed. If you go to university to study medicine, IT or econometrics, it’s pretty clear what kind of thing you’re going to do in life, and you can be relatively sure that it’s going to be in demand. With a degree in history, social sciences or public administration, that might not be so obvious, but at least there are plenty of job openings you can apply to. As an artist or designer, it’s mostly in your own hands: because who on earth is really hungry for my art? It’s a challenge that can be exciting, but also difficult. You won’t have financial security.

I’ve learned more over the past four years than I could have imagined when I first registered for the academy. Many of those lessons concerned the substance of my work: I learned to communicate my own thoughts and interests through design, and I developed a personal approach and method in which my stories can find expression. The academy constantly challenged me and demanded my absolute best.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is presentatie-var-1024x640.gif
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is thefield-2-1024x769.png

The Gesture

The design vision I developed during my years at the academy is described in detail in my thesis “Het Gebaar”,(The Gesture) about the role that contemporary designers can play in the confusing technological media landscape of our time. The range of media and the enormous access to information that they offer, make the world a more complicated place to find your way around, as a human but especially as a designer. For that reason, I have tried to capture the complexity of design in three gestures: doorsnijden (dissecting), lummelen (loafing) en benevelen (befogging). Each gesture represents activities in the design process, which can result in a clear or obscure design product.

Now that I’ve graduated and stepped out of the bubble of the academy, it’s time to put my design vision and method into practice. As I mentioned in my introduction, you’ll face questions after graduating that you didn’t have to think about during your student years. In many ways, that’s for the best. By exploring the limits of your own ability in a safe environment, you find your drive and develop freely. Still, the practical side is something I’ve missed. How do I succeed on the labor market with my qualities? 

Playtime is over, after all. Now I have to pay rent without student loans, like so many of us after graduating. To pay the bills, the new generation of makers also has the responsibility to stand up for themselves. As a student you might be able to afford doing things for free and I would even recommend you do so, in order to gain experience. But as a professional, your art is your job and you should be paid for it.

One place where I was confronted with the expectation that I would present my work for free was at ArtEZ itself. I was asked to present my graduation work Vision Processor: EN471 to the Executive Board and Supervisory Board, the highest-ranking bodies in the institute of the academy. Altogether it would cost me a day to realize the presentation of the work. I would have to collect the project, build it up, present it, then deconstruct it and return it to storage. I needed a car and a driver and I would incur travel costs. I was prepared to do all of this short-term and fortunately had the time to do so.

When I asked, however, for compension of these costs and my labor, that comes as a surprise to the organizer at ArtEZ. Although they demonstrate an understanding of my situation as an alumnus and the fact that I’m incurring costs, their assumption was nevertheless that I will do this for free. So I offer to give a PowerPoint presentation instead. I’d still have to prepare it, but at least I wouldn’t have to drive around, build up and deconstruct the whole project. When I am asked whether I’d be prepared to do that in exchange for only the compensation of travel costs, I indicate that I’m still doing work that costs time. It wasn’t easy to stand up for myself in this way, but I was glad to see that the contact at ArtEZ was prepared to explore whether I could get some kind of compensation for my work. Unfortunately, they called me the next day to let me know that they were cancelling the presentations altogether.

This incident is surprising to me; nobody had considered to compensate the (ex-)students for their work, even though everyone else present on this evening for the Executive and Supervisory Boards would be paid for their services. This very same academy has stimulated me to adopt a professional attitude. I would have liked to show my work, but it would only have cost me money if I had said yes.

A similar situation occurred to some extent at the Arnhemse Nieuwe. As one of the eight Arnhemse Nieuwe emerging talents of ArtEZ, I presented my work in Luxor Live during the Innovate Festival. That was a big honor and my prize was paid in exposure, a Pecha Kucha in front of a big audience, and that was educational of course. But here too, everyone involved – from the bar staff to the moderator – are paid for their services and the Arnhemse Nieuwe artists go home at the end of the night with a single-sided printed certificate.

At Syntax, the collective with which we organize club nights at Luxor, we work with a limited budget. Nevertheless, we think it’s important that everyone gets paid when they work for us. Artists put a lot of enthusiasm, energy and time in their contributions to making the Syntax parties a success. So it’s our priority to pay for these services of fellow students and artists.

With these examples, I don’t want to hold anyone personally responsible for the lack of awareness that the use of cultural products and their makers merits a financial reward. This is an ubiquitous problem in the cultural sector that I am now confronted with in practice as a starting professional. At the end of the day, it’s the artists who don’t get paid.

practical tools

Since last year, on the initiative of students, the fourth-year students of Interaction Design get a workshop by Margarita Osipian, in which we’re given an introduction of the practical do’s and don’ts in the profession. This is very practical information that gives you a first look at life after the academy as a maker: where to apply for funding, how to do freelance work and projects. She pointed us to kunstenaarshonorarium.nl, a website that uses a few simple parameters to help you establish a competitive compensation for exhibitions and shows. In this way, the website tries to realize reasonable payments for cultural production and to strengthen artists’ position as independent entrepreneurs. 

One department at ArtEZ that helps students professionalize is the Art Business Centre. IAs it’s described on the ArtEZ website: “The ArtEZ Art Business Centre (ABC) is the centre for entrepreneurship within ArtEZ. It provides the links to the labour market and the business world.” Beyond substantive knowledge of their profession, students in the academy also need to develop practical and financial insight – a necessity that is reflected in the name of the Art Business Centre. In my view, the Art Business Centre should be a more visible point of contact where students can take their questions about starting a business, filing taxes, making relevant CVs, and making invoices. The visibility of the ABC within the academy is crucial. Many students barely know the ABC or aren’t sure what it can do for them.

Instead of focusing so much on the success of the handful of students who receive a subsidy, or on substantive coaching, the academy and the ABC could lay the foundations for a smoother transition between the academy and the professional practice for a much larger group of students. For example, by providing workshops to fourth-year students and by integrating them in the program, as in Interaction Design.

As I find myself in the transition from student to professional, I think ArtEZ falls short when it comes to supporting and preparing students for their professional practice during their programs. And in the broader context, that should be the whole point of ‘higher professional education’ (HBO) degrees. Skill-wise I don’t think the average art student is lacking compared to the students of other disciplines. When it comes to substance matter, I have no complaints about my Interaction Design program; but the practical guidance you need to present yourself professionally as an emerging designer or artist is largely absent within the academy.

Compared to the numbers of students that graduate from the academy each year, there isn’t enough demand for artists or designers to give everyone a job in the cultural sector. Only a handful of those who attend ArtEZ will actually make a living as an artist or designer. That’s OK, as long as the others also find a place that fits their skill set. And we have plenty of skills: we work hard (50 hours a week is no exception), we’re creative, flexible, analytical and critical, we present ourselves well, we possess strong social skills and much more. Many companies and organizations could profit from those skills, all of which contribute to the massive hype we call innovation. When I did a practical assignment at NXP, one of the biggest companies in the Netherlands, my mentor was full of praise about the qualities and skills of art students. He admitted that he’d had a lot of deep-rooted prejudices about the academy, but that they had turned out completely unjustified.

Now that I’m shaping a new narrative in which my field of study becomes my profession, the examples I described above present an image of a disconnect between the academic bubble and the practical demands of the market. I think it’s important that the cultural sector, including artists, designers and especially an institution like ArtEZ, doesn’t contribute to the underpayment and undervaluation of art students and alumni. It’s also a matter of setting priorities: exposure does not pay rent. It’s a wider problem that I was aware of before I graduated, but it can be addressed when new generations of students are financially literate, know to how value their work, and know where to ask practical questions to collectively tackle the exploitation of emerging makers and their work. It’s difficult to stand up for yourself, especially if you have only substantive expertise in your field but zero practical and financial knowledge after graduation. If we, (ex-)students within the academy and the cultural sector, can’t see that our work and skills have monetary value, how can anyone else?

Translation by: Witold van Ratingen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *